Van sportplezier naar prestatiedruk: ‘Op een hoog niveau vergeten ze soms dat je nog kind bent’

Meer dan de helft van de Utrechtse jongeren ervaart regelmatig druk, een percentage dat beduidend hoger ligt dan het landelijke gemiddelde. Bovendien beoordeelt slechts de helft van de Utrechtse jongvolwassenen hun eigen mentale gezondheid als goed. In de nieuwe serie ‘Generatie Druk’ van HUB Utrecht wordt iedere aflevering een ander aspect van de druk op de Utrechtse jeugd belicht.

Sporten wordt onder Utrechtse jongeren steeds populairder. Dat is goed nieuws, want bewegen heeft een bewezen positief effect op de mentale gezondheid. Tegelijkertijd is sport ook een wereld waarin prestaties centraal staan en de druk om beter te worden snel kan oplopen. Naarmate sporters een hoger niveau bereiken, nemen verwachtingen vaak toe. In deze aflevering nemen we de druk waarmee jonge sporttalenten te maken krijgen onder de loep.

Utrechtse jongvolwassenen (16 t/m 25 jaar) bewegen en sporten steeds vaker. Uit het meest recente onderzoek van Utrecht Monitor blijkt dat in 2024 60 procent minimaal vijf dagen per week een halfuur beweegt en 77 procent wekelijks sport. Dat is een stijging ten opzichte van 2022, toen 53 procent voldoende bewoog en 71 procent wekelijks sportte. Daarnaast was in 2024 ongeveer twee derde lid van een sportvereniging of sportschool.

Vergeleken met het landelijke gemiddelde bewegen en sporten Utrechtse jongvolwassenen bovendien vaker en zijn zij ook vaker lid van een sportvereniging of sportschool.

Verwachtingen

De stijgende sportcijfers bieden een hoopvol perspectief, zeker omdat slechts de helft van de Utrechtse jongeren de eigen mentale gezondheid als goed beoordeelt. Sporten en bewegen helpen juist om die mentale gezondheid te beschermen, stelt het Trimbos Instituut. Het draagt bij aan meer veerkracht, zelfvertrouwen en verbondenheid en verkleint de kans op burn-outklachten.

‘Op een hoger niveau wordt meer van je verwacht’

Toch kent sport ook een keerzijde. Naarmate sporters beter worden of meer ambitie krijgen, neemt de prestatiedruk vaak toe. “Op een hoger niveau wordt meer van je verwacht”, zegt Menno Hornman, manager bij SportUtrecht. “Je omgeving gaat ook meer van je vragen.”

Bij SportUtrecht houdt Menno zich bezig met talentontwikkeling. “Talentontwikkeling begint met gelijke kansen, dus zoveel mogelijk kinderen kennis laten maken met sport en bewegen. Vervolgens groeit voor een deel van die kinderen de ambitie. Zij willen hun sport op een hoger niveau beoefenen. Dan komt ons expertiseteam in beeld.”

Dat team, bestaande uit Menno en drie collega’s, ondersteunt talenten bij sportoverstijgende vraagstukken. “De sportbond richt zich op de inhoud van de sport. Wij helpen juist bij thema’s als pedagogiek en het handelen van coaches en ouders.” SportUtrecht doet dat in opdracht van de gemeente Utrecht om te werken aan een ‘vitaal sportlandschap’ en een ‘positieve sportcultuur’.

Dunne scheidslijn

Voor jongeren die een stap hogerop willen, monitort SportUtrecht acht gemeentelijk gesubsidieerde talentprogramma’s. In 2026 zijn dat: waterpolo, judo, volleybal, triatlon, shorttrack, skateboarden, atletiek en turnen. Ook sporten als hockey en voetbal kennen talentprogramma’s, maar die worden op dit moment niet door de gemeente gesubsidieerd. “Grote verenigingen als Kampong en FC Utrecht organiseren dat nu zelf en hebben vaak ook meer middelen om dat te doen. Onze ondersteuning is daar minder nodig”, zegt Menno.

Bestuurders van de acht Utrechtse talentprogramma’s, waaronder Sandra van Top Judo Utrecht (derde van links). Ook Nina (midden vooraan) en Menno (vijfde van rechts) van SportUtrecht staan op de foto.
Bestuurders van de acht Utrechtse talentprogramma’s, waaronder Sandra van Top Judo Utrecht (derde van links). Ook Nina (midden vooraan) en Menno (vijfde van rechts) van SportUtrecht staan op de foto. Foto: SportUtrecht

De deelnemers zijn nog geen topsporters, maar bevinden zich in de fase daaronder. Juist in die ontwikkeling ligt volgens Menno een belangrijke uitdaging. “De grens tussen sporters vooruithelpen en overmatig presteren of druk opleggen is soms dun.”

Druk op jonge leeftijd

Daar weet Lola Oomen (18) alles van. De Utrechtse hockeyt sinds haar derde bij Fletiomare en bereikte rond haar twaalfde een van de hoogste niveaus. In die periode ervaarde ze veel prestatiedruk. “Ik was heel erg bezig met vergelijken binnen het team.”

‘Ik was vooral bezig met presteren om hem blij te maken; ik deed het niet meer voor mezelf’

Lola legde zichzelf altijd veel druk op, maar merkte dat ook haar omgeving daaraan bijdroeg. “Rond mijn twaalfde kwam ik in een zogenaamd ‘lijnteam’ terecht. Dat is een team dat meer prestatiegericht is dan teams van leeftijdsgenoten. Er werd heel serieus met ons omgegaan. We trainden vijf keer per week en kregen speciale pakken. In zo’n lijnteam wordt verwacht dat hockey je leven is, terwijl er ook school en andere dingen zijn die veel van je vragen. Op hoog niveau vergeten ze soms dat je nog een kind bent.”

Rond haar veertiende werd de druk versterkt door een coach. “Ik was vooral bezig met presteren om hem blij te maken; ik deed het niet meer voor mezelf.” Dat kwam mede door zijn manier van coachen. “Hij kon je voor de groep als voorbeeld noemen van hoe het níét moet. Daar word je heel onzeker van.”

Lola en teamgenoten van Fletiomare.
Lola en teamgenoten van Fletiomare. Foto: Fabienne van Leeuwen

Volgens Lola wordt prestatiedruk in de topsport nog te vaak gezien als iets wat erbij hoort. “Er wordt een supersterke mentaliteit verwacht en ouders kunnen allerlei dingen roepen langs de zijlijn. Maar voor kinderen is dat niet normaal.” Ze ziet dat Fletiomare daar inmiddels wel maatregelen tegen neemt. “Ouders mogen niet meer aan de kant van de dug-out staan, maar moeten naar de overkant van het veld.”

Advies van Louis van Gaal

Omdat Lola vindt dat het onderwerp prestatiedruk te weinig aandacht krijgt, maakte ze vorig jaar voor haar havo-profielwerkstuk de documentaire Tussen Droom en Druk. Daarmee won ze de publieksprijs van een landelijke profielwerkstukwedstrijd. Voor de documentaire sprak ze onder anderen met oud-profvoetballer Louis van Gaal en oud-tophockeyster Minke Booij.

Lola vindt het belangrijk dat jonge sporters over prestatiedruk praten. De reacties op haar documentaire bevestigen dat. “Ik kreeg een appje van Maria Verschoor (tophockeyster, red.). Ze zei onder andere dat ze het herkende en dat veel jonge sporters hier iets aan gaan hebben. Ook veel vrienden van school herkenden het. Toen realiseerde ik me dat ik lang niet de enige ben.”

Prestatiedruk inherent aan sport?

SportUtrecht zet zich in om prestatiedruk onder jonge talenten te beperken, maar wordt hierin ook begrensd. “Prestatiegerichtheid hoort nu eenmaal bij sport”, stelt Nina Nieuwenhuizen. Zij monitort de talentprogramma’s vanuit SportUtrecht. “Sporters moeten vaak aan bepaalde normen voldoen, zoals een tijd lopen, technisch vaardig zijn of een bepaald gewicht halen. Op die eisen hebben wij geen invloed, terwijl ze wel druk kunnen veroorzaken.”

‘Ouders die zich te veel met de sportambitie van hun kind bemoeien, zie je op alle niveaus’

Waar SportUtrecht wel invloed op heeft, is de omgeving rondom de sporter. “We maken bestuurders, trainers, coaches en ouders bewust van hun gedrag en de invloed daarvan op jonge sporters.” Menno vult aan: “Ouders die zich te veel met de sportambitie van hun kind bemoeien, zie je op alle niveaus. Dat verander je niet zomaar. Wat wij kunnen doen, is een ander geluid laten horen, een spiegel voorhouden en daarmee proberen bij te dragen aan een positieve talent- en ontwikkelcultuur.”

SportUtrecht organiseert daarom onder meer bijeenkomsten voor ouders, trainers, coaches of bestuurders. Voor ouders gaat dit over thema’s als de ontwikkeling van het kinderbrein en de rol van ouders binnen de sport. Voor trainers, coaches en bestuurders gaat dit over thema’s als goed bestuur en leiderschap en blessurepreventie.

Nina ziet dat ouderlijke druk vaak ontstaat vanuit betrokkenheid. “Ouders willen dat hun kind het goed doet en leven enorm mee. Juist daardoor kunnen ze soms onbedoeld extra druk veroorzaken.” Ook onzekerheid speelt een rol. “Wanneer een kind op een hoger niveau gaat sporten, weten ouders vaak niet goed hoe ze daarmee om moeten gaan. In onze bijeenkomsten helpen we hen daarbij.”

Onbewuste druk

Dat ouderlijke druk vaak onbewust gebeurt, herkent Tim den Braber (27), talentbegeleider bij SportUtrecht. Hij helpt jonge sporters met mentale uitdagingen, zoals prestatiedruk. Daarnaast is hij profwielrenner en begeleidt hij de ouderbijeenkomsten.

Tim den Braber spreekt de groep toe tijdens een ouderbijeenkomst georganiseerd door SportUtrecht.
Tim den Braber spreekt de groep toe tijdens een ouderbijeenkomst georganiseerd door SportUtrecht. Foto: SportUtrecht

“Ouders zullen nooit zeggen dat ze druk leggen op hun kind. Maar in gesprekken merk je al snel wanneer een ouder wat meer pusht. Bijvoorbeeld wanneer ze steeds in de wij-vorm praten: ‘Wij denken dat hij dat niveau aankan’ of ‘Wij vinden dat hij toe is aan een volgende stap’.”

Bovendien kent Tim die subtiele druk uit eigen ervaring. “Mijn ouders werden nooit boos als ik slecht presteerde, maar ik voelde wel een onuitgesproken druk. Je voelt het als iemand trots is of juist teleurgesteld.”

Uitdaging voor ouders

Sandra Snippe, moeder van judoka-talent Yannick (17) en voorzitter van Top Judo Utrecht (TJU) ervaart de ouderbijeenkomsten als waardevol. Volgens Sandra worstelen veel ouders met dezelfde vragen: “Hoe verhoud je je als ouder tegenover wat je kind wil in de sport? En hoe verhoud je je tot de trainer en het trainingsprogramma? De ouderbijeenkomsten gaan over dit soort thema’s; dat vind ik heel boeiend.”

‘Studie, werk, sport en sociale media vragen allemaal aandacht’

Haar zoon Yannick judoot al sinds zijn vierde en heeft grote ambities. De uitdaging die zij hierin ervaart, ligt vooral in het weten wanneer je moet ondersteunen en wanneer je moet afremmen. “Gaat je kind naar een verjaardag of kiest het voor trainen? Dat zijn lastige keuzes. Als ouder is het goed om die balans te bewaren: aan de ene kant ondersteunen in ambities, maar ook erop wijzen dat er meer is dan sport alleen.”

“Trainers spelen hier een belangrijke rol in”, gaat ze verder. “Zij bespreken met sporters wat hun eigen ambities en doelen zijn, maar maken ook duidelijk dat bepaalde keuzes nodig zijn om die doelen te bereiken.”

Volgens Sandra is er binnen TJU veel aandacht voor het creëren van een positieve sportcultuur. “We werken als bestuur veel aan teamgevoel om plezier te versterken. Ook wordt steeds meer rekening gehouden met individuele grenzen van sporters.”

Bij haar eigen zoon kwam de grootste druk vooral vanuit zichzelf. “Toen hij jonger was en besloot dat judo hét moest worden, ging dat soms ten koste van het plezier.”

Hoewel die druk inmiddels minder is, ziet Sandra dat jongeren veel op hun bord hebben. “Studie, werk, sport en sociale media vragen allemaal aandacht. Dan snap ik wel dat ze te weinig tijd hebben om te ontspannen, te slapen of gewoon even te vervelen.”

Prestatiedruk per sport(er)

Nina van SportUtrecht denkt dat prestatiedruk per sport kan verschillen, maar dat ook het karakter van de sporter een belangrijke rol speelt. “Ik kan me voorstellen dat een sport waarbij je bijvoorbeeld aan een bepaald gewicht moet voldoen voor een wedstrijd extra druk kan opleveren. Maar hoe erg de druk is, verschilt uiteindelijk ook heel erg per sporter en hoe diegene zelf in elkaar zit.”

‘Uiteindelijk ben ik met een psycholoog gaan praten’

Dat ziet ze terug in het onderzoek dat SportUtrecht elke vier jaar uitvoert binnen de talentprogramma’s. Prestatiedruk is daarin een van de onderwerpen. “We stellen sporters de vraag of ze binnen het programma druk ervaren om beter te presteren.”

Uit het laatste onderzoek bleek dat 49 procent van de 120 sporters soms druk ervaart. De meeste sporters geven daarbij aan dat de druk vooral vanuit henzelf komt. Een heel klein deel wijst naar coaches of trainers als belangrijkste oorzaak. Nina benadrukt daarbij dat het tegelijkertijd opvalt dat sporters aangeven vooral plezier te hebben binnen het programma en dat het bijvoorbeeld positief bijdroeg aan hun sociale leven. “Druk is niet per definitie negatief en leren omgaan met druk is zelfs noodzakelijk. Het gaat om de juiste balans.”

Focus op eigen taak

Talentbegeleider Tim van SportUtrecht heeft zelf jarenlang geworsteld met prestatiedruk, opgelegd door zichzelf. Als achttienjarige triatleet was hij de eerste sporter uit het triatlon-talentprogramma Lab C. “Toen ik vijftien of zestien was, vond ik dat het altijd beter moest. Achteraf zie ik dat ik juist heel goed was, maar op dat moment keek ik alleen naar de mensen boven me.”

Bij Tim zorgde die druk er uiteindelijk voor dat hij juist minder goed presteerde. “Uiteindelijk ben ik met een psycholoog gaan praten. Daardoor ontdekte ik welke negatieve patronen in mijn hoofd zaten en leerde ik die om te buigen. Zodra ik me op mijn eigen doelen ging focussen, kon ik het vergelijken met anderen loslaten.”

Tegenwoordig helpt hij jonge sporters om dezelfde stap te zetten. “Het belangrijkste is dat je, ondanks alle prikkels van buitenaf, gefocust blijft op je eigen taak. Daar heb ik het vaak over met sporters. Merk je dat je te veel bezig bent met je ouders langs de kant of de reactie van een coach? Probeer dan terug te keren naar je eigen focus.” Een vast ritueel kan daarbij helpen, legt hij uit. “Zoals een tennisser die voor elke service drie keer de bal stuitert.”

Sociale media

Volgens Tim ervaren jonge sporters tegenwoordig extra druk door sociale media. “Deze generatie voelt meer druk dan ooit, omdat de sociale omgeving alleen maar positieve dingen laat zien. Op sociale media laat je alleen je winst zien of hoeveel je bent afgevallen. Je ziet altijd alleen maar de perfectie, niet hoe hard iemand daarvoor moet werken.”

Ook hockeyster Lola herkent dat. “Als ik op sociale media naar hockeyfilmpjes keek, werd de druk om daar te komen hoger en ging ik nog harder mijn best doen. Aan de ene kant prikkelde dat, maar soms ging het ook te ver. Als ik een scout langs de kant dacht te zien en ik speelde een slechte wedstrijd, was ik daar het hele weekend kapot van.”

Lola tijdens een hockeywedstrijd in 2024.
Lola tijdens een hockeywedstrijd in 2024. Foto: Fabienne van Leeuwen

Volgens Tim zit die prestatiedruk niet alleen in de sport. “De maatschappij is zo ontwikkeld dat in heel veel lagen de nadruk ligt op presteren.” Hij hoort dat ook van scholen waar hij langsgaat. “Jongeren leggen zichzelf zoveel druk op om maar een 8 te halen. Ze gaan ten onder aan zichzelf, niet eens aan ouders of docenten. Dat perfectionisme van de jongere generatie zie ik ook terug in mijn gesprekken.”

Positieve sportcultuur

Volgens SportUtrecht ligt de oplossing voor sporters niet in het proberen weg te nemen van alle druk. Een voorbeeld van hoe het wél kan, is een recente pilot ‘Turn de turnsport’, die SportUtrecht samen met Turn4U heeft opgezet, met ondersteuning van sportbond KNGU. Daarbij ligt de nadruk minder op fouten en meer op persoonlijke groei, autonomie en coachen met een zogenaamde groeimindset.

‘We proberen te bereiken dat sporters zich niet continu met elkaar vergelijken’

Menno: “Sporters bepalen hun eigen doelen en worden beloond voor hun vooruitgang. Trainers worden gestimuleerd de sporters hierin te coachen, hun ontwikkeling te volgen en te waarderen op basis van hun persoonlijke vooruitgang. Zo ontstaat een positievere omgeving.”

Nina vult aan: “We proberen zo ook te bereiken dat sporters zich niet continu met elkaar vergelijken. Sporters leggen zichzelf al veel druk op. Met de turnpilot proberen we ze op hun eigen kleine stapjes te laten focussen in plaats van op wat hun teamgenoten doen.”

De uitdaging is volgens Nina en Menno vooral om een omgeving te creëren waarin jonge sporters zich kunnen verbeteren zonder dat plezier verdwijnt. “Een die veilig genoeg is om jezelf te zijn, maar die ook durft uit te dagen om jezelf te ontwikkelen.”